Achtergrond

Havoleerlingen en mbo-studenten die naar de pabo willen, moeten vanaf 1 augustus 2015 aan toelatingseisen voldoen voor aardrijkskunde, geschiedenis én natuur en techniek. Deze eisen gelden niet voor aspirant-studenten met een vwo-diploma of hbo-diploma (volledige bachelor). Heeft een student dat niet? Dan heeft hij genoeg kennis van een vakgebied als hij:

  • een havodiploma heeft en havo-eindexamen heeft gedaan in dat vakgebied (voor natuur en techniek voldoet één van de vakken natuurkunde, biologie of Natuur Leven en Technologie (NLT));
  • een geldig vavo-certificaat havo heeft voor dat vakgebied;
  • een geldig certificaat van de toelatingstoets voor dat vakgebied heeft.

Aspirant-studenten moeten voor alle drie de vakgebieden voldoen aan de toelatingseisen. Anders mogen ze niet naar de pabo. In de praktijk betekent dit dat mbo-studenten op dit moment meestal drie toelatingstoetsen moeten afleggen, havoleerlingen meestal één of twee.

Breder kader

Het ministerie van OCW en de pabo’s werken aan de kwaliteit van de lerarenopleiding basisonderwijs. In de wet Kwaliteit in Verscheidenheid staan nieuwe regels voor aanmelding en studiekeuze. De pabo’s hebben kennisbases gemaakt, waarin de minimale kenniseisen aan het einde van de opleiding staan. Om dit gewenste eindresultaat te kunnen behalen, is een bepaald kennisniveau bij de instroom nodig.

Meer informatie

Handige links